ECLI:NL:RVS:2020:506
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- R.J.J.M. Pans
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over belanghebbendheid en weigering toevoeging advocaat in borstimplantatenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de weigering van de Raad voor Rechtsbijstand om toevoegingen te verlenen aan een advocaat voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand in omvangrijke borstimplantatenzaken. De advocaat, samen met een cliënt en andere rechtzoekenden, maakte bezwaar tegen deze weigering.
De rechtbank verklaarde het beroep van de advocaat ongegrond en dat van de cliënten niet-ontvankelijk, omdat de advocaat geen zelfstandig belang zou hebben. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de advocaat wel degelijk een rechtstreeks en zelfstandig belang heeft bij de besluiten, onder meer vanwege directe financiële gevolgen en het fundamentele recht op arbeid.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraken van de rechtbank voor zover het bezwaar van de advocaat ongegrond is verklaard en verklaart het bezwaar van de advocaat gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens zelf de beroepsgronden en oordeelt dat de weigering van de toevoegingen gegrond is, gelet op de ernstige tekortkomingen in de kantoororganisatie en praktijkvoering van de advocaat, zoals vastgesteld door een onderzoek in opdracht van de deken van de Orde van Advocaten.
Het verzoek van de advocaat om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de weigering van de toevoeging niet onrechtmatig is. De Afdeling bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten toe.
Uitkomst: Het hoger beroep van de advocaat is gegrond verklaard, de rechtbankuitspraken en besluiten van de raad vernietigd, het bezwaar van de advocaat ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.