ECLI:NL:RVS:2020:499
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder dwangsom en ongegrond verklaring beroep tegen nieuw besluit Boxmeer
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellanten tegen het besluit van 3 juli 2018 van het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Dit besluit betrof een last onder dwangsom om een bijgebouw en een tweede uitrit te verwijderen, waarbij de Afdeling eerder had geoordeeld dat de grondslag en motivering van de last niet op elkaar aansloten, wat in strijd was met de rechtszekerheid.
Het college heeft vervolgens op 19 november 2019 een nieuw besluit genomen waarin de last onder dwangsom werd herroepen en een nieuwe last werd opgelegd om het bijgebouw inclusief fundering en de tweede uitrit te verwijderen. Appellanten voerden aan dat de last om de tweede uitrit te verwijderen onterecht was, omdat het college tijdens een eerdere zitting had bevestigd dat deze uitrit geen onderwerp van geschil meer was. De Afdeling oordeelde echter dat dit betoog een uitbreiding van de beroepsgronden betrof en buiten inhoudelijke bespreking bleef.
Verder stelde appellanten dat de last te verstrekkend was omdat het bijgebouw alleen in strijd was met het bestemmingsplan voor zover het binnen de bestemmingen "Groen" en "Agrarisch" lag, terwijl een bijgebouw binnen de bestemming "Wonen" vergunningsvrij kon worden gebouwd. De Afdeling verwierp dit betoog omdat appellanten geen concreet bouwplan hadden kenbaar gemaakt om het bijgebouw aan te passen.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 november 2019 ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellanten. De uitspraak werd gedaan door lid van de enkelvoudige kamer S.F.M. Wortmann op 19 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 november 2019 wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit van 3 juli 2018 wordt vernietigd.