ECLI:NL:RVS:2020:358
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging rechtsbijstand in verlengde asielprocedure
Appellante heeft een aanvraag gedaan voor een toevoeging voor rechtsbijstand in de verlengde asielprocedure nadat haar asielaanvraag in de algemene asielprocedure was afgewezen en het beroep tegen dat besluit gegrond werd verklaard. De Raad voor Rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat de werkzaamheden onder dezelfde toevoeging vielen als in de algemene procedure, gezien het gelijke rechtsbelang: het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de behandeling van de bezwaarprocedure in de verlengde asielprocedure valt onder één instantie als bedoeld in artikel 32 van Pro de Wet op de rechtsbijstand. Appellante voerde aan dat het om een beroep ging en niet om bezwaar, en dat het rechtsbelang niet gelijkgesteld kon worden aan het doel.
De Raad van State overwoog dat het rechtsbelang het belang is waarvoor rechtsbijstand wordt gevraagd en dat dit in beide procedures gelijk is. De behandeling vindt plaats door hetzelfde bestuursorgaan, waardoor sprake is van één instantie. De eerdere jurisprudentie ondersteunt dit oordeel. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om toevoeging bevestigd.