ECLI:NL:RVS:2020:2982
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning wegens herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Op 16 oktober 2016 diende appellant een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel nabij Eibergen. Deze aanvraag werd op 7 november 2017 door het college geweigerd en deze weigering werd in een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigd en onherroepelijk verklaard.
Appellant diende op 27 februari 2018 een nieuwe aanvraag in voor een vergunning voor het bouwen van een woning op hetzelfde perceel. Het college weigerde deze aanvraag op 4 mei 2018 met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een herhaalde aanvraag betrof zonder dat appellant nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
Appellant voerde aan dat het tweede bouwplan wezenlijk verschilde door een kleinere woning, een ander uiterlijk en een andere locatie, en dat het nieuwe bestemmingsplan "Berkelland, Tracébesluit N18 2015" een relevante wijziging vormde. De Afdeling oordeelde dat de gewijzigde woning geen relevante verandering was gezien de gronden van de eerste weigering en dat het nieuwe bestemmingsplan niet op het perceel van appellant van toepassing was. Daarom was er geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 januari 2020 en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.