ECLI:NL:RVS:2019:2766
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- J. Kramer
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor herbouw woning en tijdelijke woonunit in agrarisch gebied
Appellant vroeg omgevingsvergunningen aan voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit en het bouwen van een woning op een perceel met de bestemming agrarisch gebied, waar de woning was gesloopt vanwege de aanleg van de N18. Het college weigerde beide vergunningen omdat de plannen in strijd waren met het bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening, mede vanwege de overschrijding van de toegestane geluidbelasting door de nabijgelegen N18.
De rechtbank oordeelde dat de bouw van de woning niet kon worden aangemerkt als herbouw binnen het bestemmingsplan en dat het college terecht de uitgebreide voorbereidingsprocedure toepaste. Ook werd geoordeeld dat het college niet in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel. Appellant stelde dat de woning in de tuin van de gesloopte woning zou worden herbouwd en dat geluidwerende maatregelen mogelijk waren, maar deze argumenten werden verworpen.
Verder werd bevestigd dat het college een vaste gedragslijn volgt waarbij geen vergunning voor een tijdelijke woonunit wordt verleend zonder vergunning voor een permanente woning op dezelfde locatie. Deze gedragslijn werd als redelijk beoordeeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen had geweigerd.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunningen voor herbouw van de woning en tijdelijke woonunit wegens strijd met het bestemmingsplan en overschrijding geluidbelasting.