ECLI:NL:RVS:2020:2639
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterechte mede-overtrederschap bij nertsenfokkerij
Het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal legde op 13 september 2018 acht lasten onder dwangsom op aan [appellante] vanwege overtredingen op een perceel met een nertsenfokkerij. Tijdens controles werden onder meer een drugslab en asbest aangetroffen. [Appellante] was mede-eigenaar van het perceel en verzorgde de nertsen tijdelijk, maar stelde niet de drijver van de inrichting te zijn en beperkte geestvermogens te hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat [appellante] als mede-eigenaar en verzorgster van de nertsen een meer dan incidentele bijdrage leverde, maar niet als mede-drijver kon worden beschouwd omdat zij geen zeggenschap of dagelijkse leiding had. De last onder dwangsom die specifiek gericht was op de drijver van de inrichting (het niet correct opslaan van gasflessen) werd daarom ten onrechte aan haar toegerekend.
De Afdeling vernietigde het besluit van 19 maart 2019 en het invorderingsbesluit van 23 juli 2019 voor zover deze betrekking hadden op die last. Het besluit van 13 september 2018 werd voor die last herroepen. De overige lasten onder dwangsom bleven gehandhaafd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke feitelijke zeggenschap en verantwoordelijkheid bij het opleggen van bestuursrechtelijke lasten onder dwangsom, vooral bij mede-eigenaren met beperkte betrokkenheid.
Uitkomst: De last onder dwangsom gericht op mede-overtrederschap werd vernietigd, overige lasten bleven gehandhaafd.