ECLI:NL:RBLIM:2024:159
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lasten onder dwangsom opslag gevaarlijke afvalstoffen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg op 15 januari 2024 uitspraak gedaan over verzoeken om voorlopige voorziening tegen twee besluiten van 19 oktober 2023. Deze besluiten bevatten lasten onder dwangsom wegens het opslaan van grote hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen op twee locaties zonder de vereiste omgevingsvergunning. Verzoekster betwistte de bevoegdheid van verweerder en de kwalificatie van de locaties als inrichtingen, en voerde aan dat de opslag incidenteel was en zij niet als overtreder kon worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd is om handhavend op te treden omdat de locaties inrichtingen zijn met een IPPC-installatie en dat de opslag niet incidenteel is maar langdurig en substantieel. Verzoekster is als eigenaar en bestuurder van de dochteronderneming als overtreder aan te merken. De dwangsommen zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd en niet te hoog. De begunstigingstermijn van twee maanden is redelijk gelet op het belang van het voorkomen van bodemverontreiniging.
Hoewel de verzoeken om schorsing van de besluiten zijn afgewezen, is de begunstigingstermijn verlengd tot vier weken na bekendmaking van de uitspraak om verzoekster een redelijke termijn te geven om de overtreding te beëindigen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen, met verlenging van de begunstigingstermijn tot vier weken na bekendmaking van de uitspraak.