ECLI:NL:RVS:2020:2618
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning eerste fase voor woningbouw ondanks erfdienstbaarheid
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk verleende een omgevingsvergunning eerste fase voor het bouwen van vijf woningen op percelen die in gebruik zijn als opslagterrein en ontsluiting. Appellant, eigenaar van aangrenzende agrarische gronden, stelde dat een erfdienstbaarheid van weg die over deze percelen loopt, wordt aangetast, waardoor zijn gronden minder goed bereikbaar zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling overwoog dat alleen een evidente privaatrechtelijke belemmering aan vergunningverlening in de weg kan staan, en dat deze erfdienstbaarheid niet zodanig is. Er loopt een civielrechtelijke procedure over de erfdienstbaarheid, maar dat betekent niet dat de vergunning onrechtmatig is.
Daarnaast wijzigde het college de vergunning door de inrit van het pad te verbreden, wat de toegankelijkheid voor appellant verbeterde. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar. Daarom blijft de gewijzigde vergunning in stand en is het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning eerste fase blijft in stand.