ECLI:NL:RVS:2020:2263
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 29 augustus 2017 een terugkeerbesluit uit tegen de vreemdeling, met een inreisverbod en de opdracht de EU binnen 28 dagen te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht stelde dat een verdenking van een strafbaar feit voldoende is om het verblijf te beëindigen, conform het arrest E.P. De vreemdeling was op heterdaad aangehouden als verdachte van cocaïnesmokkel en in voorlopige hechtenis genomen. Dit rechtvaardigde het terugkeerbesluit.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het terugkeerbesluit onvoldoende gemotiveerd was over de onrechtmatigheid van het verblijf, waardoor het besluit niet voldeed aan de motiveringsvereisten. Daarom werd het besluit vernietigd, maar uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.