ECLI:NL:RVS:2020:2201
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit openbaarmaking inspectierapport Wnt wegens onevenredige benadeling
Appellant was bestuurder bij een stichting en ontving bij zijn vertrek in 2014 een ontslagvergoeding die volgens de minister de Wet normering topinkomens (Wnt) overschreed. De Inspectie van het Onderwijs stelde vast dat een bedrag van €137.524 onverschuldigd was betaald. De minister besloot het inspectierapport openbaar te maken, wat appellant aanvocht omdat het rapport tot onevenredige benadeling zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat de minister wel bevoegd is het rapport openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), maar dat in dit concrete geval de wijze van openbaarmaking leidt tot onevenredige benadeling van appellant.
De Afdeling stelt dat het rapport herleidbaar is tot appellant vanwege de vermelding van zijn functie en werkgever, ondanks het weglaten van zijn naam. Dit is problematisch omdat de handhavingsprocedure nog loopt en de juistheid van het rapport nog niet definitief is vastgesteld. Daarom moet het algemene belang bij openbaarmaking wijken voor de bescherming van appellant.
De Afdeling bepaalt dat alleen een zakelijke samenvatting van het rapport openbaar mag worden gemaakt, zonder naar persoon herleidbare gegevens. Tevens vernietigt zij het besluit van 21 november 2019 en het besluit van 23 mei 2019 tot openbaarmaking. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot openbaarmaking van het inspectierapport wordt vernietigd vanwege onevenredige benadeling van appellant.