ECLI:NL:RVS:2020:1818
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning omgezet houden zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees op 2 november 2018 de aanvraag van de eigenaar van een woning in Groningen af voor een vergunning om een zelfstandige woning omgezet te houden in drie onzelfstandige woonruimten. De eigenaar verhuurde sinds 2007 drie kamers in de woning. De gemeente stelde per 1 juli 2015 het omzetten en omgezet houden van zelfstandige woningen in drie of meer onzelfstandige woonruimten vergunningplichtig, met een overgangsrecht tot 1 juli 2017.
De eigenaar had eind februari 2016 een aanvraag ingediend, maar het college stelde deze pas op 2 oktober 2018 te hebben ontvangen en wees de aanvraag af op basis van het nieuwe beleid dat de locatie niet geschikt achtte voor kamerverhuur. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van de Huisvestingsverordening ten tijde van het bezwaarbesluit geen vergunningplicht bestond voor het omgezet houden van de woning.
Het college stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ex nunc had moeten toetsen aan de gewijzigde Huisvestingsverordening 2019, waarin ook het omgezet houden vergunningplichtig werd. De Afdeling oordeelde echter dat de rechtbank terecht niet ex nunc had getoetst vanwege rechtszekerheid en bevestigde de uitspraak dat geen vergunningplicht bestond ten tijde van het bezwaarbesluit.
De Afdeling wees tevens op de mogelijkheid dat het college alsnog een vergunning kan verlenen gezien de specifieke omstandigheden en het overgangsrecht dat niet meer van toepassing is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.