Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaak tussen
Bulten Vastgoed Management B.V., te Groningen, eiseres
Samenvatting
- Was er sprake van een 3/3-situatie?
- Heeft het college de omzettingsvergunning in redelijkheid kunnen weigeren?
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ook onder het huidige beleid stelt het college zich op het standpunt dat de weigering op goede gronden is gegeven. Op grond van het huidige beleid worden geen omzettingsvergunningen meer verleend, behalve in bijzondere omstandigheden. De reden daarvoor is dat het omzetten van woonruimte ten koste gaat van goedkope woonruimte. Het college wil de bestaande woningvoorraad die geschikt is voor gezinsbewoning beschermen. Van bijzondere omstandigheden is in dit geval ook niet gebleken.
.Het pand werd al vóór 1 juli 2015 kamersgewijs verhuurd aan 3 bewoners in 3 kamers. Ter onderbouwing van deze stelling heeft eiseres een huurovereenkomst overgelegd en een zevental verklaringen van oud-bewoners van het pand. Verder verwijst eiseres naar het taxatieverslag van het Noordelijk Belastingkantoor waaruit blijkt dat sprake is van kamersgewijze verhuur. Eiseres heeft contact opgenomen met het Noordelijk Belastingkantoor en dat heeft aangegeven dat sinds 1995 al sprake is van kamerverhuur in het pand. Eiseres stelt verder dat de gemeente een geanonimiseerde bewonershistorie heeft overgelegd. Eiseres verzoekt de gemeente om de bewonershistorie en oude dossiers over te leggen. Daaruit blijkt, volgens eiseres, zonder meer dat er sprake is geweest van een 3/3-situatie.
Eiseres is bovendien pas op 18 maart 2019 eigenaar van het pand geworden. Eiseres komt daarom geen beroep toe op het overgangsrecht.
Het college stelt zich ten slot op het standpunt dat de bewonershistorie reeds overgelegd is en dat niet duidelijk is wat eiseres bedoelt met ‘de oude dossiers’.
het omgezet houdenvan een zelfstandige woning in drie of meer onzelfstandige woonruimten echter niet vergunningplichtig was gesteld, zou het college een aanvraag voor een omzettingsvergunning moeten afwijzen. Pas met artikel 20, tweede lid, van de Huisvestingsverordening 2019 Gemeente Groningen [3] werd ook het omgezet houden vergunningplichtig. In de periode dat het overgangsrecht liep (tot 1 juli 2017) kon een woningeigenaar dus geen omzettingsvergunning krijgen, terwijl deze vergunning na 3 juli 2019 op grond van het nieuwe beleid zou worden afgewezen. Een woningeigenaar zou daarom geen omzettingsvergunning kunnen verkrijgen, terwijl hij op 1 juli 2015 wel voldeed aan de 3/3-situatie waarvoor het overgangsrecht was vastgesteld. Onder die omstandigheden vond de Afdeling het in de rede liggen dat het college een woningeigenaar alsnog een omzettingsvergunning zou verlenen om de illegale situatie op te heffen.