ECLI:NL:RVS:2020:1661
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Utrecht over bezwaar ondergrondse restafvalcontainers locaties 203 en 194
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft in drie besluiten van december 2018, januari 2019 en maart 2019 locaties aangewezen voor de plaatsing van in totaal vier ondergrondse restafvalcontainers (orac’s). Appellant A en anderen, wonend nabij deze locaties, maakten bezwaar tegen deze aanwijzingsbesluiten en instelden beroep tegen het besluit op bezwaar van 10 oktober 2019, waarin het college de bezwaren ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelt of appellant A en anderen belanghebbenden zijn bij de besluiten. Gelet op de korte afstand tot locatie 223 is dat het geval, maar niet voor locaties 203 en 194, die op circa 240 meter afstand liggen. Hierdoor zijn de bezwaren tegen de besluiten van 22 januari en 22 maart 2019 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan individueel belang.
De Afdeling vernietigt het besluit van 10 oktober 2019 voor zover het de bezwaren tegen locaties 203 en 194 ongegrond verklaart en verklaart deze bezwaren niet-ontvankelijk. De Afdeling treedt zelf in de plaats van het vernietigde gedeelte en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 10 oktober 2019 wordt vernietigd voor zover het de bezwaren tegen locaties 203 en 194 betreft, met niet-ontvankelijkverklaring van deze bezwaren.