ECLI:NL:RVS:2018:3573
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid plaatsing ondergrondse restafvalcontainer in wijk Duindorp
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit van 21 november 2017 locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Duindorp, waaronder locatie 100-37 nabij de woning van appellant. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het zich richtte tegen andere ORAC-locaties dan 100-37, omdat appellant alleen belanghebbende is bij de locatie dicht bij haar woning. De Afdeling oordeelde dat het verlies van parkeerplaatsen door andere ORAC's geen individueel belang oplevert.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. De procedure met informatieavond en mogelijkheid tot zienswijzen was adequaat, en het college heeft voldoende gemotiveerd gereageerd op de ingebrachte zienswijzen. Het parkeeronderzoek waarop het college zich baseerde was actueel en representatief, en de parkeerdruk blijft onder de norm van 90%.
De door appellant voorgestelde alternatieve locaties voor ORAC 100-37 werden door het college gemotiveerd afgewezen vanwege praktische bezwaren en ongeschiktheid. De Afdeling vond geen reden om aan te nemen dat het college niet in redelijkheid tot de locatiekeuze had kunnen komen.
Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor andere locaties dan ORAC 100-37 en voor die locatie ongegrond verklaard.