ECLI:NL:RVS:2018:2320
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in De Heen
Het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen stelde op 20 juni 2017 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in De Heen, waaronder een container nabij de woning van appellant. Appellant voerde aan dat de locatie ongeschikt is vanwege hinder, verkeersveiligheid, geur- en geluidsoverlast, zwerfafval en waardevermindering van zijn woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij locatiekeuze en dat de gekozen locatie voldoet aan de richtlijnen, waaronder een minimale afstand van meer dan 3 meter tot de dichtstbijzijnde woning. De vrees voor geur- en geluidshinder werd niet gegrond verklaard gezien de constructie en het gebruik van de ORAC. Ook de bezwaren tegen zwerfafval werden onvoldoende onderbouwd.
Verder achtte de Afdeling het niet aannemelijk dat de ORAC tot verkeersonveilige situaties leidt, mede omdat de locatie aan een niet-doorgaande weg ligt en het legen van de container beperkt verkeershinder veroorzaakt. Alternatieve locaties werden door het college terecht afgewezen vanwege privéterrein en aanwezigheid van kabels en leidingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor de ORAC in De Heen wordt ongegrond verklaard.