ECLI:NL:RVS:2018:2506
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie voor ondergrondse restafvalcontainer in Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft bij besluit van 11 juli 2017 locatie OG0250 aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (orac). Appellant, wonend nabij deze locatie, maakte bezwaar tegen deze aanwijzing en stelde dat de locatie ongeschikt is en dat er geschiktere alternatieven zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beoordeeld of het college in redelijkheid tot de keuze voor locatie OG0250 heeft kunnen komen. Het college heeft randvoorwaarden gehanteerd op het gebied van loopafstand, verkeersveiligheid, ondergrondse infrastructuur en behoud van groenvoorzieningen. De Raad concludeert dat locatie OG0250 aan deze voorwaarden voldoet en dat de bezwaren van appellant, zoals esthetiek, geuroverlast en centrale ligging, onvoldoende zijn om het besluit aan te tasten.
Daarnaast zijn de door appellant voorgestelde alternatieve locaties onderzocht. Het college heeft gemotiveerd waarom deze locaties niet geschikt zijn, onder meer vanwege overschrijding van maximale loopafstand, verkeersveiligheid, eigendom van grond en aanwezigheid van kabels en leidingen. De Raad ziet geen reden om aan deze motivering te twijfelen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van locatie OG0250 voor een ondergrondse restafvalcontainer is ongegrond verklaard.