ECLI:NL:RVS:2020:1478
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor beëindiging illegale bewoning bedrijfspand in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem legde op 17 november 2017 een last onder dwangsom op aan appellant om de bewoning van een bedrijfspand aan de [locatie 1] te beëindigen, omdat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Waarderpolder'. Appellant voerde onder meer aan dat het pand een bedrijfswoning was en dat gebruiksovergangsrecht van toepassing was, maar de rechtbank en de Raad van State verwierpen deze argumenten.
De Raad stelde vast dat het perceel de bestemming 'Bedrijventerrein' heeft en dat het gebruik als woning niet is toegestaan, omdat het pand niet als bedrijfswoning is opgenomen in de bijlage bij het bestemmingsplan. Ook was het gebruik als woning niet ononderbroken voortgezet na inwerkingtreding van het bestemmingsplan, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing is. Het college was daarom bevoegd om handhavend op te treden.
Verder was er geen concreet zicht op legalisatie, mede omdat het college het bedrijventerrein aantrekkelijk wil houden voor bedrijvigheid en het pand niet gelijk is aan een nabijgelegen pand dat wel is gelegaliseerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. De Raad verwierp ook het verzoek tot matiging van de dwangsom en verlenging van de begunstigingstermijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot beëindiging van de illegale bewoning wordt bevestigd.