ECLI:NL:RVS:2020:1112
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning uitweg en dwangsombesluit gemeente Oss
Het college van burgemeester en wethouders van Oss verleende op 28 augustus 2017 een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee uitwegen aan een perceel in Oss, waaronder een uitweg ter hoogte van een tuindeur in een erfafscheiding. Appellanten A en B, buren van de vergunninghouder, verzochten handhaving tegen deze tuindeur omdat zij wilden dat de parkeerstrook werd verlengd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen de besluiten van 22 maart 2018 ongegrond en niet-ontvankelijk voor het niet tijdig beslissen over dwangsommen. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tuindeur geen uitweg is zoals bedoeld in de APV en Wabo, omdat het slechts een doorgang voor personen betreft en niet voor rijdend verkeer. Daarom was een omgevingsvergunning voor deze uitweg niet vereist en had het college deze vergunning niet mogen verlenen.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat appellant B het college op correcte wijze in gebreke had gesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het college had daardoor een dwangsom van €1.260 verschuldigd. Appellant A had de ingebrekestelling te vroeg ingediend, waardoor geen dwangsom aan hem verschuldigd was. De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraak en de besluiten van het college, herroept de vergunning voor de uitweg bij de tuindeur en stelde de dwangsom vast. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de uitweg bij de tuindeur wordt herroepen en het college moet appellant B een dwangsom van €1.260 betalen wegens niet tijdig beslissen.