ECLI:NL:RVS:2019:4300
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende controle identiteitsdocument
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €24.000 op wegens het tewerkstellen van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, verlaagde de boete tot €16.000 en vernietigde het eerdere besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens een controle in het restaurant van appellant werd vastgesteld dat een vreemdeling zich legitimeerde met een Nederlandse identiteitskaart die niet aan hem toebehoorde. Appellant had deze identiteitskaart niet voldoende gecontroleerd op eerstelijnskenmerken, zoals de pasfoto, waardoor hij niet voldeed aan zijn controleplicht volgens artikel 4, eerste lid, van Richtlijn 2009/52/EG en de Wav.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Nederlandse regelgeving in overeenstemming is met de richtlijn en dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende controle. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens onvoldoende controle van het identiteitsdocument en verklaart het hoger beroep ongegrond.