ECLI:NL:RVS:2019:3971
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod op gebruik houten chalet voor nachtverblijf in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Heusden legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een houten chalet op zijn perceel in Drunen voor bewoning, tijdelijke huisvesting en nachtverblijf te staken, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Groenewoud 3". Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze handhavingsmaatregel, stellende dat het gebruik niet vergunningplichtig was en dat het overgangsrecht van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het chalet voor nachtverblijf niet viel onder de bestemmingen van het perceel en dat appellant geen geslaagd beroep kon doen op het overgangsrecht, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het chalet op de peildatum reeds voor bewoning werd gebruikt. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die handhavend optreden in de weg stonden.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze beoordeling. Het college was bevoegd om handhavend op te treden, het vertrouwensbeginsel werd niet aangenomen vanwege het ontbreken van concrete toezeggingen, en het ontbreken van klachten maakte het handhaven niet onevenredig. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen het gebruik van het houten chalet voor nachtverblijf bevestigd.