ECLI:NL:RVS:2019:3854
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens verzwegen feiten bij naturalisatie
De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van appellant ingetrokken omdat hij bij zijn naturalisatieverzoek niet had gemeld dat hij eerder was gehuwd met een andere vrouw en een kind bij haar had gekregen. Dit leidde tot twijfel over de duurzaamheid en exclusiviteit van zijn relatie met de partner op wiens grondslag het Nederlanderschap was verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Appellant betoogde onder meer dat hij niet wist dat het kind daadwerkelijk van hem was en dat het huwelijk volgens hem niet bestond, maar deze argumenten werden verworpen omdat hij relevante feiten verzweeg die van belang waren voor de beoordeling van zijn verzoek.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris een juiste evenredigheidstoets had toegepast en dat het belang van het algemeen belang zwaarder woog dan het belang van appellant bij het behouden van het Nederlanderschap. Ook werd geoordeeld dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij recht had op een verblijfsvergunning na intrekking.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt bevestigd.