ECLI:NL:RVS:2019:3733
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voortzetting bedrijfsactiviteiten ENCI Maastricht wegens strijd met Natuurbeschermingswet
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 18 augustus 2016 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van ENCI B.V. in Maastricht tot 1 juli 2019. Stichting Enci Stop (SES) stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak na verwijzing van prejudiciële vragen over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de toepasselijkheid daarvan.
SES voerde aan dat de vergunning onrechtmatig was verleend omdat de passende beoordeling niet voldeed aan de eisen van de Habitatrichtlijn, mede omdat deze leunde op de passende beoordeling van het PAS, die volgens eerdere jurisprudentie onvoldoende was. Het college stelde dat de vergunning niet onder het PAS-regime viel en dat de passende beoordeling adequaat was.
De Afdeling oordeelde dat de vergunningverlening moest worden beoordeeld naar het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2017. De Afdeling stelde vast dat de passende beoordeling wel degelijk leunde op de PAS-beoordeling en dat deze niet voldeed aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Hierdoor was onvoldoende zekerheid verkregen dat de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten geen aantasting van Natura 2000-gebieden zou veroorzaken.
De Afdeling verklaarde het beroep van SES gegrond, vernietigde het besluit van het college en wees de proceskosten toe aan SES. Omdat de vergunning inmiddels was geëxpireerd, hoefde het college geen nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De vergunning voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van ENCI is vernietigd wegens strijd met de Natuurbeschermingswet 1998.