ECLI:NL:RVS:2019:3313
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verlaging tegemoetkoming planschade na herziening collegebesluit
Appellante was eigenaar van een woning nabij een perceel waar een appartementencomplex werd gebouwd. Zij vroeg een tegemoetkoming in planschade aan wegens waardevermindering van haar woning door de omgevingsvergunning verleend aan belanghebbende. Het college kende aanvankelijk een bedrag van €12.200 toe, gebaseerd op een advies van de SAOZ.
Na bezwaar en diverse rechterlijke uitspraken, waaronder vernietiging van eerdere besluiten, stelde het college een nieuw besluit op bezwaar vast met een lagere tegemoetkoming van €4.000, gebaseerd op een aangepast advies waarin het normaal maatschappelijk risico werd verhoogd van 2% naar 5%. Appellante voerde aan dat dit onterecht was en dat het college in strijd handelde met rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel.
De Afdeling oordeelde dat het eerdere oordeel onherroepelijk is en het college gehouden was dit uit te voeren. Het beroep faalde ook omdat het besluit niet in strijd was met rechtszekerheid of het vertrouwensbeginsel. Verder werd een vergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar en een proceskostenvergoeding van €256 toegekend aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten.