ECLI:NL:RVS:2019:3012
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen handhavingsbesluit woning Amsterdam
Appellanten huren een woning in een pand te Amsterdam en maakten bezwaar tegen een handhavingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders, dat de woningbouwvereniging de Alliantie verplichtte voorzieningen te treffen in het pand. Zij stelden dat het college niet tijdig op hun bezwaar had beslist en dat de last onder dwangsom onvoldoende was omdat herstel van de fundering niet was gelast.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten het college niet onredelijk laat in gebreke hadden gesteld en dat het college daardoor een dwangsom verschuldigd was. De Afdeling stelde de dwangsom vast op €1.260,00.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht geen herstel van de fundering had gelast, omdat de rapporten geen overtreding van het Bouwbesluit 2012 aantoonden. Ook faalden de overige bezwaren van appellanten, waaronder het niet toestaan van een hoorzitting en het niet kunnen bijwonen van de zitting. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd alsnog gegrond verklaard, met vaststelling van de dwangsom. De overige uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het college is een dwangsom van €1.260,00 verschuldigd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van appellanten.