ECLI:NL:RVS:2019:3
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening kinderopvangtoeslag 2009
Appellante verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om herziening van de kinderopvangtoeslag over 2009, nadat eerdere besluiten de toeslag definitief op nihil hadden vastgesteld. De Belastingdienst wees het verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of stukken die een herziening konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende bewijs leverde dat zij de kosten van kinderopvang daadwerkelijk had voldaan.
Appellante stelde dat zij contante betalingen had gedaan, ondersteund door kwitanties en bankafschriften. De rechtbank oordeelde echter dat de bankafschriften niet duidelijk aantonen dat de geldopnames corresponderen met de contante betalingen aan de gastouder. Bovendien moet een belanghebbende volgens vaste rechtspraak aantonen dat de kosten daadwerkelijk zijn betaald om aanspraak te maken op toeslag.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Belastingdienst alleen tot herziening overgaat indien op basis van feiten en omstandigheden vaststaat dat de toeslag te laag is vastgesteld. Appellante kon dit niet aantonen. Ook mocht de Belastingdienst afzien van het horen van appellante in bezwaar, omdat geen nieuwe feiten waren ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.