ECLI:NL:RVS:2018:3485
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderopvangtoeslag over 2015 en januari 2016 wegens onvolledige betaling en te late aanvraag
Appellante ontving voorschotten kinderopvangtoeslag over 2015 en 2016. De Belastingdienst stelde bij definitief besluit vast dat de toeslag nihil was, omdat niet alle kosten waren voldaan en de aanvraag voor januari 2016 te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen recht heeft op toeslag over 2015 en januari 2016. Hoewel haar kind opvang genoot en zij werkte, ontbrak het bewijs dat de volledige kosten waren betaald. Ook was de aanvraag voor januari 2016 te laat, ongeacht schuldvraag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het grootste deel van de kosten had voldaan en dat de hardheidsclausule van artikel 63 Awir Pro toegepast kon worden. De Afdeling verwierp dit, stellende dat volledige betaling vereist is en de Awir niet van toepassing is op toeslagen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2015 en januari 2016. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderopvangtoeslag over 2015 en januari 2016 wordt bevestigd.