ECLI:NL:RVS:2019:2580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende invulling gezinsrelatie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een minderjarige uit Ghana om een machtiging tot voorlopig verblijf af op grond van onvoldoende invulling van de gezinsrelatie met haar biologische vader, die Nederlander is. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid uit paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 in overeenstemming is met Europese richtlijnen en jurisprudentie. Enkel biologische verwantschap is onvoldoende om gezinsleven aan te nemen. De vreemdeling leverde onvoldoende objectief bewijs dat de referent haar bezocht, financieel ondersteunde of regelmatig contact had.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.