ECLI:NL:RVS:2019:2479
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ambtshalve uitstel van vertrek wegens medische risico's
De vreemdeling, afkomstig uit Iran, kampte met psychische klachten en vroeg om ambtshalve uitstel van vertrek wegens een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitblijven van medische behandeling. De staatssecretaris weigerde dit op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), die geen concrete medische noodsituatie aannamen.
De vreemdeling overlegde nieuwe brieven van zijn huisarts en de Crisisdienst Leiden, waarin sprake was van concrete suïcidale intenties en een recente suïcidepoging. De rechtbank oordeelde dat deze brieven geen verslechtering van de medische toestand aantoonden en volgde de staatssecretaris.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de rechtbank en de staatssecretaris de nieuwe medische informatie niet aan het BMA hadden voorgelegd voor een nadere beoordeling. Dit was in strijd met de vergewis- en motiveringsplicht. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om uitstel van vertrek te weigeren is vernietigd wegens onvoldoende medische beoordeling.