ECLI:NL:RVS:2019:2212
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling nieuw asielmotief in hoger beroep
De vreemdeling verzocht asiel vanwege de slechte veiligheidssituatie en economische omstandigheden in een vluchtelingenkamp in Libanon. De staatssecretaris wees de aanvraag af. In beroep voerde de vreemdeling voor het eerst een nieuw asielmotief aan, namelijk vrees voor Hamas vanwege lidmaatschap en problemen bij beëindiging daarvan. De rechtbank Den Haag oordeelde dat dit nieuwe motief niet in behandeling kon worden genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een verwijzingsuitspraak prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn. Na het arrest van het Hof van Justitie in oktober 2018 trok de Afdeling haar verzoek om prejudiciële beslissing in en paste haar rechtspraak aan: nieuwe asielmotieven in hoger beroep moeten in beginsel worden betrokken.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het nieuwe asielmotief niet had onderzocht op ontvankelijkheid en concreetheid. Het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling waarbij het nieuwe asielmotief wordt betrokken.