ECLI:NL:RVS:2019:1831
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen zonder vergunning gebouwde bouwwerken te Zegveld
Het college van burgemeester en wethouders van Woerden heeft aan appellanten A en B een last onder dwangsom opgelegd om drie zonder omgevingsvergunning gebouwde bouwwerken op hun perceel te Zegveld te verwijderen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
Appellanten stelden dat het college het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden en dat er bijzondere omstandigheden zijn die handhavend optreden onredelijk maken. Zij voerden aan dat het college jarenlang niet handhavend heeft opgetreden, dat de bouwwerken weinig impact hebben op het milieu en landschap, en dat de aanbouw noodzakelijk was vanwege rioleringsproblemen.
De Raad van State oordeelde dat appellanten voldoende gelegenheid hadden gehad om hun standpunten toe te lichten, dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de belangenafweging van het college en de rechtbank juist was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het college verplichtten af te zien van handhavend optreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.