ECLI:NL:RVS:2019:1382
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
De vreemdeling had sinds 1995 een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenoot, geldig tot 2015. Na wijziging van haar adres en een aanvraag in 2015 om de vergunning te wijzigen in een verblijfsvergunning voortgezet verblijf op humanitaire gronden, wees de staatssecretaris dit af vanwege het niet behalen van het inburgeringsexamen en trok de vergunning met terugwerkende kracht in tot 2011.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen ontheffing van het inburgeringsvereiste verleende. Het Hof van Justitie heeft in 2018 geoordeeld dat integratievoorwaarden zoals het inburgeringsexamen zijn toegestaan, mits zij geen onoverkomelijke hindernis vormen en rekening houden met bijzondere omstandigheden.
De vreemdeling voerde aan dat zij al lang rechtmatig verblijft, sterke banden heeft en afhankelijk is van haar zoon, en dat zij inspanningen heeft verricht om het examen te behalen. De staatssecretaris stelde dat zij pas kort na de aanvraag met inburgering begon en niet voldeed aan de voorwaarden voor ontheffing.
De Afdeling oordeelt dat het inburgeringsvereiste verenigbaar is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en dat de staatssecretaris terecht geen ontheffing verleende, omdat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde van inspanningen vóór de aanvraag. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.