ECLI:NL:RVS:2019:1355
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning van rechtswege voor detailhandel op perceel in Alkmaar
De zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. [Wederpartij] had beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een omgevingsvergunning van rechtswege voor het gedeeltelijk gebruiken van bestaande bebouwing op een perceel te Alkmaar voor maximaal 1.500 m² reguliere detailhandel.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen alsnog de vergunning bekend te maken, met een dwangsom bij overschrijding. Het college voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van een concrete en ondubbelzinnige aanvraag, vanwege een vermeende discrepantie tussen de brief en de bijgevoegde tekening.
De Raad van State oordeelde dat de brief van 21 augustus 2017 als een zelfstandige aanvraag kon worden aangemerkt, waarbij het college meteen duidelijk had kunnen zijn dat het verzoek betrekking had op maximaal 1.500 m² verhuurbaar vloeroppervlak voor reguliere detailhandel. De vermeende discrepantie werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.