ECLI:NL:RVS:2020:2673
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken aanvraag omgevingsvergunning
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de brief van 19 maart 2018 van appellant B geen aanvraag was in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor geen omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan.
Het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan maakte op 23 augustus 2018 een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning bekend, maar voor andere activiteiten dan waar het geschil over ging. Bezwaar tegen dit besluit werd deels gegrond verklaard en het besluit herroepen, terwijl het bezwaar van appellanten niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De brief van 19 maart 2018 werd terecht opgevat als een zienswijze op een eerdere brief van het college en niet als een zelfstandige aanvraag. De omstandigheden en rechtspraak maken duidelijk dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan. Het beroep tegen de besluiten van 8 oktober 2019 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van een omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat geen aanvraag is gedaan.