ECLI:NL:RVS:2019:132
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen medische noodsituatie bij uitzetting wegens levercirrose
De staatssecretaris wees een aanvraag van een vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling leed aan levercirrose en andere klachten en ontving medische behandeling. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat bij het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn ontstaat.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de termijn van drie maanden die het BMA hanteerde aansluit bij de maatstaf van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Paposhvili tegen België.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van andere zeer uitzonderlijke omstandigheden die een uitzetting verbieden. Het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of uitblijven van behandeling leidt tot intens lijden of significante levensverwachtingsvermindering op langere termijn, werd verworpen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden vernietigd.