ECLI:NL:RBDHA:2026:5686
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing aanvraag uitstel uitzetting op medische gronden
Eiser, een vreemdeling van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van zijn uitzetting vanwege medische redenen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een BMA-advies waarin werd geconcludeerd dat eiser medisch in staat is te reizen en geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvoldoende inzichtelijk was en dat zijn medische situatie, waaronder hypertensie en PTSS, een reëel risico op ernstige gezondheidsachteruitgang oplevert. Hij overlegde een BMA-advies van een andere vreemdeling en een brief van zijn huisarts ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten had aangevoerd om aan de juistheid van het BMA-advies te twijfelen.
Daarnaast stelde eiser dat het terugkeerbesluit van 2 augustus 2018 niet geldig was en dat verweerder de hoorplicht had geschonden door hem niet te horen in de bezwaarfase. De rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit in rechte vaststaat en dat er geen reden was om te twijfelen aan de hoorplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om uitstel van uitzetting op medische gronden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.