ECLI:NL:RVS:2019:1198
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2013 wegens onvoldoende bewijs betaling kosten
Appellant maakte in 2013 gebruik van gastouderopvang en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast en vorderde een bedrag terug, waartegen appellant geen beroep instelde. Later verzocht appellant om herziening van de toeslag, stellende dat zij de volledige kosten had voldaan, ook via niet-financiële tegenprestaties. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat ook niet-financiële bijdragen als kosten konden worden beschouwd en dat het resterende bedrag contant was betaald. De Afdeling overwoog dat op appellant de bewijslast rust om aan te tonen dat de kosten volledig zijn voldaan. De door haar overgelegde verklaringen van contante betaling waren onvoldoende onderbouwd en niet toegestaan volgens de wet- en regelgeving. Niet-financiële bijdragen konden niet als kosten worden aangemerkt zonder bewijs.
Verder is vaste rechtspraak dat een schenking door de gastouder niet kan worden verrekend met de kosten voor toeslagdoeleinden. De Afdeling concludeerde dat appellant niet heeft aangetoond dat de toeslag te laag is vastgesteld en bevestigde het bestreden besluit en uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag bevestigd.