ECLI:NL:RVS:2018:871
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor lidmaatschap schietvereniging na zedendelict
De appellant vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor lidmaatschap van een schietvereniging, welke door de staatssecretaris werd geweigerd vanwege een eerdere veroordeling voor zedendelicten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de weigering van de VOG niet leidt tot een beperking van het recht tot vereniging zoals beschermd door artikel 8 van Pro de Grondwet, omdat de VOG niet wettelijk verplicht is voor lidmaatschap, maar door de schietvereniging zelf wordt geëist. De staatssecretaris is daarmee niet de belemmerende partij.
Verder oordeelde de Afdeling dat het objectieve criterium voor weigering van de VOG terecht is toegepast, omdat het risico op misbruik van wapens binnen de vereniging ondanks toezicht niet kan worden uitgesloten. Ook het subjectieve criterium werd niet overschreden, aangezien de vaste terugkijktermijn van twintig jaar voor zedendelicten niet willekeurig is en geen evident disproportionele weigering oplevert.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de VOG voor lidmaatschap van een schietvereniging vanwege eerdere zedendelictveroordeling.