ECLI:NL:RVS:2018:4270
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2012-2013 wegens onjuiste toepassing overeenkomstenvereiste
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2012, 2013 en 2014. De Belastingdienst/Toeslagen had de toeslag definitief vastgesteld en deels teruggevorderd, waarbij zij de overeenkomsten met gastouderbureau A (2012-2013) niet als rechtsgeldig erkende en de kosten voor 2014 niet voldoende aangetoond achtte.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten met gastouderbureau A niet voldeden aan artikel 1.52 van de Wkkp, omdat deze niet waren gesloten tussen houder en ouder, maar tussen ouder en gastouder. Ook werd geoordeeld dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij de kosten in 2014 volledig had betaald.
In hoger beroep stelde de Afdeling dat het onderscheid tussen eenouder- en tweeoudergezinnen in de toepassing van het overeenkomstenvereiste een ongerechtvaardigd onderscheid vormt en dat in het bijzondere geval van appellante het vereiste van een overeenkomst buiten toepassing moet worden gelaten. Voor 2014 bleef het oordeel van de rechtbank gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van betaling.
De Afdeling vernietigde het besluit van 16 december 2016 over 2012 en 2013 en beval de Belastingdienst/Toeslagen een nieuw besluit te nemen, waarbij zij de betaling van de kosten opnieuw moet beoordelen en haar standpunt voldoende moet motiveren. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over 2012 en 2013 wordt vernietigd; de Belastingdienst/Toeslagen moet een nieuw besluit nemen.