ECLI:NL:RVS:2016:2486
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2011 wegens ontbreken overeenkomst en niet-tijdige betaling
Bij afzonderlijke besluiten heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten kinderopvangtoeslag van appellant over 2010 en 2011 herzien en vastgesteld op nihil. In hoger beroep erkende de Belastingdienst dat appellant recht heeft op toeslag over 2010, zodat het geschil zich beperkte tot 2011.
Appellant ontving een voorschot over 2011, maar de Belastingdienst stelde dit op nihil omdat appellant niet kon aantonen dat de kinderopvang op basis van een geldige overeenkomst plaatsvond en dat de kosten tijdig waren betaald. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de plaatsingscontracten wel als overeenkomst konden gelden, ook al ontbraken haar handtekeningen. De Afdeling oordeelde dat deze contracten wel als overeenkomst kunnen worden aangemerkt, maar dat appellant niet heeft aangetoond dat zij de kosten tijdig heeft voldaan, wat een vereiste is voor recht op toeslag.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.