ECLI:NL:RBNHO:2023:12022
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens overtreding artikel 2:74 APV Zaanstad
Eiser werd op 21 december 2021 staande gehouden door de politie vanwege vermoedens van drugshandel op de openbare weg in Assendelft. Bij controle werden grote hoeveelheden softdrugs, contant geld en telefoons aangetroffen in zijn bezit. De burgemeester van Zaanstad legde hem daarop een last onder dwangsom op op grond van artikel 2:74 van Pro de APV, gericht op het voorkomen van handel in verdovende middelen op de openbare weg.
Eiser voerde aan dat de term 'kennelijk doel' in artikel 2:74 APV Pro onvoldoende duidelijk is en dat hij geen handel dreef, maar enkel drugs voor eigen gebruik bij zich had. Tevens stelde hij dat het bestuursrechtelijke besluit een onrechtmatige toepassing van bevoegdheid (détournement de pouvoir) betrof en dat er sprake was van samenloop met strafrechtelijke sancties. Daarnaast betwistte hij het gevaar voor herhaling en de hoogte van de dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat de APV-bepaling niet in strijd is met het lex certa-beginsel en dat verweerder terecht mocht uitgaan van de bestuurlijke rapportage. De feiten en omstandigheden, waaronder de hoeveelheid drugs, de verpakking, het contante geld en het gedrag van eiser, ondersteunen het kennelijke doel van drugshandel. Het besluit is niet in strijd met het verbod van détournement de pouvoir en het bestuursrechtelijke optreden staat los van strafrechtelijke sancties. Het gevaar voor herhaling is aannemelijk, mede door een nieuwe overtreding in juli 2023. De hoogte van de dwangsom is proportioneel en passend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft en eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.