ECLI:NL:RVS:2018:4011
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep vreemdeling
De vreemdeling werd op 6 september 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, tevens werd een schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen concrete belangenafweging had gemaakt in het licht van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 en relevante jurisprudentie. De gronden voor bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht, waren voldoende gemotiveerd en terecht toegepast. De rechtbank had de belangenafweging tussen de gronden en het feit dat de vreemdeling asielzoeker is, onjuist beoordeeld.
Verder verwierp de Afdeling de bezwaren van de vreemdeling over het ontbreken van voortvarendheid en het niet toepassen van een lichter middel. De staatssecretaris had de motivering adequaat gegeven en het onttrekkingsrisico was doorslaggevend. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij die rechtbank werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.