ECLI:NL:RVS:2018:3944
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2009-2011
De Belastingdienst/Toeslagen wees het verzoek van appellante om herziening van haar recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2009, 2010 en 2011 af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of het herzieningsverzoek tijdig was ingediend. Appellante stelde dat voor 2009 en 2010 een herzieningstermijn van zeven jaar gold en dat de termijn pas begon te lopen bij de definitieve vaststelling van de toeslag. De Afdeling verwierp dit standpunt en bevestigde dat de wettelijke termijn van vijf jaar geldt, beginnend na het kalenderjaar waarop de toeslag betrekking heeft.
Voor 2011 stelde appellante dat zij niet gehouden was nieuwe feiten aan te voeren om herziening te verkrijgen. De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen slechts ambtshalve kan herzien indien blijkt dat de toeslag te laag is vastgesteld en dat appellante geen nieuwe feiten had aangevoerd. De Afdeling concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.