ECLI:NL:RVS:2017:2665
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 wegens termijnoverschrijding
Appellante verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om herziening van besluiten waarbij de kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 definitief op nihil was vastgesteld. Deze verzoeken werden afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn van vijf jaar voor herziening in het voordeel van de belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat de herzieningsverzoeken niet tijdig waren ingediend en dat de Belastingdienst terecht niet verplicht was appellante te horen in bezwaar. Appellante voerde onder meer aan dat een langere termijn van zeven jaar zou moeten gelden en dat de termijn pas zou moeten ingaan na de definitieve vaststelling van de toeslag, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State bevestigt dat artikel 21a van de Awir en artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Awir van toepassing zijn, waardoor de termijn van vijf jaar geldt en begint te lopen na het einde van het berekeningsjaar. De keuze van de wetgever om de termijn korter te laten zijn dan vijf jaar na vaststelling is gegrond. Ook het verzuim van de Belastingdienst om het volledige dossier tijdig te verstrekken leidt niet tot vernietiging van het besluit.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herzieningsverzoeken bevestigd.