ECLI:NL:RVS:2018:3709
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens niet tijdige huurbetaling in 2016
Appellant huurt sinds 2012 een zelfstandige woning en ontving voorschotten huurtoeslag over 2016. De Belastingdienst stelde het recht op huurtoeslag voor dat jaar op nihil vanwege het ontbreken van bewijs van huurbetaling in 2016.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de huur tijdig was betaald. Appellant stelde dat een latere betaling in september 2017 en een borgstelling door een derde als zekerheid dienden, maar dit was volgens de rechtbank en de Afdeling onvoldoende.
Appellant verzocht tevergeefs om getuigenverhoor van de borgsteller, en de Afdeling oordeelde dat het horen van een getuige niet noodzakelijk was voor de feitenvaststelling. De Afdeling bevestigde dat huurkosten in beginsel tijdig moeten zijn voldaan, en dat een latere betaling met geleend geld en borgstelling geen uitzondering rechtvaardigt.
Ook de vordering tot vergoeding van proceskosten voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de bijstand beroepsmatig werd verleend. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op huurtoeslag over 2016 wegens niet tijdige huurbetaling.