ECLI:NL:RVS:2020:1414
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens onvoldoende bewijs huurbetaling aan familielid
Appellant ontving voorschotten huurtoeslag over 2016 tot en met 2018. De Belastingdienst stelde de huurtoeslag over 2016 definitief vast en wijzigde de voorschotten over 2017 en 2018 naar nihil, waarna zij de te veel betaalde bedragen terugvorderde. Appellant huurde vanaf 1 juli 2016 een woning van zijn zoon en legde kwitanties en bankafschriften over als bewijs van huurbetaling.
De Belastingdienst oordeelde dat de kwitanties onvoldoende bewijs vormden, mede vanwege de familierelatie en het ontbreken van overeenstemming tussen pinopnames en kwitanties qua bedragen en data. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat appellant niet had aangetoond recht te hebben op huurtoeslag.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De verklaring van de zoon werd niet als objectief bewijs geaccepteerd vanwege de familierelatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende bewijs van huurbetaling.