ECLI:NL:RVS:2020:1073
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- J. Hoekstra
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag 2017 ondanks bijzondere omstandigheden
Appellant ontving voorschotten huurtoeslag over 2017 en 2018, die door de Belastingdienst/Toeslagen bij besluiten in 2018 op nihil werden gesteld vanwege het ontbreken van bewijs van huurbetaling en het niet bewonen van zelfstandige woonruimte volgens de Basisregistratie personen.
Na bezwaar en overlegging van bewijsstukken verklaarde de Belastingdienst het bezwaar over 2018 gegrond en stelde het voorschot opnieuw vast, maar het bezwaar over 2017 bleef ongegrond wegens onvoldoende bewijs van huurbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat bijzondere omstandigheden, zoals de verrekening van kinderopvangtoeslag met huurtoeslag en het niet tijdig informeren hierover, haar verhinderden de huur te betalen en dat zij daardoor recht had op huurtoeslag over 2017.
De Raad van State overwoog dat de verrekening wettelijk is toegestaan en dat het niet redelijk is om appellant bijzondere omstandigheden toe te rekenen die haar betalingsverzuim rechtvaardigen, mede omdat zij niet tijdig actie heeft ondernomen. Ook werd geoordeeld dat de bewijsstukken onvoldoende waren om huurbetaling over 2017 aan te tonen.
Ten aanzien van de kostenvergoeding voor 2018 werd bevestigd dat deze niet toekwam omdat er geen aan de Belastingdienst toe te rekenen onrechtmatigheid was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.