ECLI:NL:RVS:2018:3539
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning woninguitbreiding Groningen
Het geschil betreft de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan appellant sub 1 voor het vergroten van een woning aan de [locatie 1] te Groningen. Appellant sub 2, eigenaar van aangrenzende percelen, maakte bezwaar tegen het bouwplan vanwege onder meer de bouwhoogte en aanwezigheid van dakterrassen.
De rechtbank Noord-Nederland had het bezwaar van appellant sub 2 gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Appellant sub 1 stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het bouwplan deels in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat het college in redelijkheid medewerking heeft kunnen verlenen met toepassing van artikel 2.12 Wabo. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond.
De Afdeling gaat uitvoerig in op de privaatrechtelijke belemmeringen, met name de toepassing van artikel 5:50 BW Pro, en stelt dat alleen evidente privaatrechtelijke belemmeringen aan de vergunningverlening in de weg kunnen staan. Het betoog van appellant sub 2 wordt grotendeels verworpen, evenals zijn bezwaren tegen het gewijzigde bouwplan van 6 december 2017. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1.
Uitkomst: Hoger beroep appellant sub 1 gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; beroepen appellant sub 2 en partij ongegrond verklaard.