ECLI:NL:RVS:2018:3467
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Verjaring invordering dwangsommen permanente bewoning recreatiewoningen
Het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld legde op 29 april 2016 aan appellanten een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van hun recreatiewoningen te beëindigen. De begunstigingstermijn liep tot 30 oktober 2016. Het college stelde later vast dat de permanente bewoning voortduurde en vorderde op 27 maart 2018 een bedrag van €30.000 aan dwangsommen.
Appellanten voerden aan dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen was verjaard. De Raad overwoog dat de dwangsommen van rechtswege verbeurd waren op het moment dat de begunstigingstermijn eindigde, ongeacht latere constateringen door het college. Op grond van artikel 5:35 Awb Pro verjaart de bevoegdheid tot invordering één jaar na verbeuren van de dwangsom, dus op 31 oktober 2017.
Daarmee was het invorderingsbesluit van 27 maart 2018 nietig wegens verjaring. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellanten geen belang meer hadden bij inhoudelijke beoordeling, vernietigde het invorderingsbesluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van €1.057,77.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het invorderingsbesluit van het college is vernietigd wegens verjaring.