ECLI:NL:RBMNE:2020:1438
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsom wegens incidenteel niet-recreatief gebruik recreatiewoning
Eisers zijn eigenaar van een recreatiewoning waarop een last onder dwangsom is opgelegd wegens niet-recreatief gebruik, met name huisvesting van arbeidsmigranten. Deze last hield in dat het niet-recreatieve gebruik voor 1 december 2017 moest worden beëindigd, met een dwangsom van €25.000,- bij overtreding. Na controles in augustus 2018 constateerde verweerder overtredingen en legde de dwangsom op.
Eisers voerden aan dat de invordering niet deugdelijk was onderbouwd omdat controlerapporten niet waren bijgevoegd en dat de invorderingsbevoegdheid was verjaard, omdat de dwangsom volgens hen direct na afloop van de begunstigingstermijn was verbeurd. De rechtbank oordeelde echter dat de controlerapporten wel degelijk voldoende waren en dat eisers niet betwistten dat er sprake was van huisvesting van arbeidsmigranten.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding incidenteel was, omdat uit verhuuradministratie bleek dat de woning niet continu was verhuurd na de begunstigingstermijn. De modaliteit van een dwangsom ineens is niet onverenigbaar met een incidentele overtreding, waardoor de dwangsom pas verbeurd is bij constatering van de overtreding in augustus 2018. De verjaringstermijn van één jaar was daardoor nog niet verstreken bij invordering.
Eisers stelden dat zij door afspraken met het verhuurbedrijf mochten vertrouwen op beëindiging van handhaving, maar de rechtbank vond dit onvoldoende uitzonderlijk om de formele rechtskracht van de last te doorbreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.