ECLI:NL:RVS:2018:3424
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Appellant heeft sinds 2009 bij haar ouders gewoond en verzocht om een urgentieverklaring vanwege spanningen en ruzies die zouden leiden tot een problematische woonsituatie. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. De rechtbank heeft dit standpunt bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat zij en haar kind regelmatig van verblijfplaats moeten wisselen en dat dit negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van haar kind. De Raad van State overweegt dat het college een restrictief beleid voert vanwege de schaarste aan sociale woningen en dat urgentieverklaringen alleen worden toegekend in schrijnende situaties zoals dreigende dakloosheid of ernstige medische problemen.
De Raad concludeert dat het enkele feit van ruzies en tijdelijke verblijven elders onvoldoende is om te spreken van een urgent huisvestingsprobleem. Ook de medische verklaringen tonen geen onverantwoorde situatie aan. De hardheidsclausule is niet van toepassing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.